Inlaatfilter
Hoofdfunctie
Filtert aangezogen lucht en verwijdert grove verontreinigingen zoals stof, zand, gras, hooi en insectenresten
Uitvoeringsvorm
Cilindrisch papieren filter [F] in kunststof behuizing met analoge drukverschilmeter [P]
Montage met 2× M10 moeren, sleutel 17 [S17]
Ingang
[IN] Luchtpoort Ø40 mm
Uit te breiden met ribbelslang Ø40 mm naar koelere omgeving buiten compressorruimte
Uitgang
[OUT] Luchtpoort Ø25 mm, dopsleutel 7
[D] Stofdop
Bedieningselementen
Twee hendels [H] voor de behuizingsdeksel [L]
Onderhoud
Maandelijkse visuele inspectie en eventueel uitkloppen
Jaarlijkse vervanging van het papieren filterelement [F]
Controlemiddel
Analoge drukverschilmeter [ΔP]met rode indicator bij te hoge weerstand
Foutmodes
Verstopt of vervuild filter veroorzaakt verminderde luchttoevoer
Bij overschrijding van de drempelwaarde: filter vervangen
